Wat is de mensbeschouwing van de bijbel?
Hoe ziet de bijbel de mens?


De bijbel beschrijft de mens zoals hij is.

De bijbel verhaalt de heerlijke en droevige geschiedenis van de mens. Zowel het goede als het slechte wordt oprecht verteld. Bij het lezen van de bijbel denkt men dikwijls: “Ja, inderdaad, zo zijn wij mensen!”

Salomo schreef: “Alleen, zie, dit heb ik gevonden: dat God de mens oprecht gemaakt heeft, maar zij hebben vele uitvluchten gezocht” (Prediker 7:29 HSV).


De mens is naar Gods beeld geschapen!

“Ten dage, dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods; man en vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen en noemde hen ‘mens’ ten dage, dat zij geschapen werden” (Genesis 5:1b, 2).

De mens, in de wereldbeschouwing van de bijbel, heeft een uiterst verheven positie. Hij is naar Gods beeld geschapen! Hij is kind Gods! Adam wordt “zoon Gods” genoemd (Lucas 3:38).

Dat de mens naar Gods beeld werd geschapen, slaat niet op zijn lichamelijke hoedanigheden, want God is geest (Johannes 4:24). God is “de Vader der geesten” (Hebreeën 12:9). De mens werd dus op geestelijk gebied naar de gelijkenis van God geschapen.

Dit stelt de mens in staat om over Gods schepping te heersen en ervoor te zorgen: “En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt” (Genesis 1:26 t/m 28).

Als deel van het heelal is de mens uiterst klein. In Gods plan is de mens echter uitermate groot. David staat hierover verstelt: “Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond. Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd: schapen en runderen altegader en ook de dieren des velds, de vogelen des hemels en de vissen der zee, hetgeen de paden der zeeën doorkruist” (Psalm 8:4 t/m 9).

Het lichaam van de mens is uit stof, zijn geest is van God. “Het stof wederkeert tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft” (Prediker 12:8).

Het wezenlijke van de mens komt van God vóór de geboorte. David schreef: “Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven. Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn uw werken; mijn ziel weet dat zeer wel. Mijn gebeente was voor U niet verholen, toen ik in het verborgene gemaakt werd, gewrocht in de diepten van het aardrijk; uw ogen zagen mijn vormeloos begin; in uw boek waren zij alle opgeschreven, de dagen, die geformeerd zouden worden, toen nog geen daarvan bestond” (Psalm 139:13 t/m 16).

God kan ons zelfs kennen voordat wij verwekt worden! God zei aan Jeremia: “Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend, en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd; tot een profeet voor de volkeren heb Ik u gesteld” (Jeremia 1:5).

De apostel Paulus werd vanaf de moederschoot door God afgezonderd (Galaten 1:15).

Volgens de bijbel bestaat de mens uit lichaam, ziel en geest. Bij de opstanding van de rechtvaardigen, worden alle drie bewaard, met een nieuwe, onvergankelijk lichaam wel te verstaan: “En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn” (1 Tessalonicenzen 5:23).


Een verkeerde beschouwing van de mens kan erge gevolgen hebben.

De wereldbeschouwing van de evolutieleer ziet de mens als een slijmdier dat na miljoenen jaren uiteindelijk een intelligent wezen werd.

Zowel het Communisme als het Nationaal Socialisme waren op de evolutieleer gegrondvest en op het idee dat vooruitgang het gevolg is van het vernietigen van de zwakken door de sterken.

In 1912 veranderde Iosif Vissarionovich Dzhugashvili zijn naam in Stalin, wat betekent ‘mens van staal’. Jozef Stalin zei eens: “Dankbaarheid is een ziekte waaraan honden lijden.” Eens toen hij de doodvonnis van 40,000 van zijn politieke tegenstanders tekende, merkte hij aan een collega op: “Er is niets zoeter op aarde dan de slachtoffers uit te kiezen, de plannen zorgvuldig te maken, de onverzoenlijke wraak te bevredigen, en dan rustig te gaan slapen.” Tijdens zijn bewind heeft Stalin minstens negen miljoen landgenoten vermoord omdat zij echte of vermeende politieke tegenstanders waren.

In een redevoering in 1928 zei Adolf Hitler: “Strijd is de vader van alle dingen. ... Het is niet door de principes van menselijkheid dat de mens leeft of zich boven de dierenwereld handhaaft, maar uitsluitend door de allergrootste beestachtige strijd.” Hitler was verantwoordelijk voor het vermoorden van 14 miljoen mensen die hij als ‘van een minderwaardige ras’ beschouwde, o.a. Joden, maar ook Pools, Slaafs en zigeuners. Hij vermoorde ook gehandicapten.

Dit zijn vruchten van de evolutieleer.


De beschouwing van de mens als naar Gods beeld geschapen, vereist eerbied voor het leven.

God zegt in Genesis 9:5 en 6 - “En waarlijk, Ik zal uw eigen bloed eisen; van al het gedierte zal Ik het eisen en van de mensen onderling zal Ik het leven des mensen eisen. Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt.”

De mens, naar Gods beeld geschapen, is tegenover God verantwoording verschuldigd voor zijn doen en laten. Hij behoort eerbied voor zijn medemens te hebben. In een vermaning om de tong te beheersen, zegt Jakobus: “Met haar loven wij de Here en Vader en met haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis Gods geschapen zijn.” ... “Dit moet, mijn broeders, niet zo zijn” (Jakobus 3:9, 10b).

De beschouwing van de mens als naar Gods beeld en gelijkenis geschapen, is een aansporing tot heiliging en heiligheid. “De HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de ganse vergadering der Israëlieten en zeg tot hen: Heilig zult gij zijn, want Ik, de HERE, uw God ben heilig” (Leviticus 19:1, 2). “Want Ik ben de HERE, uw God; heiligt u en weest heilig, want Ik ben heilig” (Leviticus 11:44). “Gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt (zo) ook gijzelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig” (1 Petrus 1:15, 16.)


Wat hebben wij over de mensbeschouwing van de bijbel geleerd?

De bijbel beschrijft de mens zoals hij is, zowel het goede als het slechte wordt verhaald. De mens is naar Gods beeld geschapen. Dit vereist eerbied voor het leven.

De mensbeschouwing van de evolutieleer heeft in de geschiedenis de dood van miljoenen mensen tot gevolg gehad.

In het gevolg zullen wij, indien de Here wil, de val en de verlossing van de mens bespreken, wat een belangrijk deel van de mensbeschouwing van de bijbel is.

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de NBG-1951 Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap (tenzij anders aangeduid).

Published in The Old Paths Archive
(http://www.oldpaths.com)